Leerlingenzorg

 

Onderwijs op maat

We gaan uit van de onderwijsbehoeften van leerlingen. Met onze aanpak stimuleren we de ontwikkeling van de kinderen en willen we de leeropbrengsten verhogen. We willen bereiken dat ieder kind zich ontwikkelt langs een ononderbroken ontwikkelingslijn. We stemmen ons onderwijs zo goed mogelijk af op wat ieder kind nodig heeft. Daartoe geven we binnen de jaargroep voor de leervakken les volgens 3 aanpakken. De kinderen in aanpak 1 krijgen de meeste instructie, die in aanpak 2 de basisinstructie en die in aanpak 3 kunnen met minder instructie toe. In enkele gevallen krijgt een leerling een eigen leerlijn voor een bepaald vakgebied, zodat hij/zij toch op onze school begeleid kan worden en bijv. niet naar een andere (speciale) school hoeft.
Mochten we als school onvoldoende in staat zijn om aan de onderwijsbehoeften van een kind te voldoen, dan gaan we met ouders in gesprek over een beter passende onderwijsplek. (Zie ook: hoofdstuk “Samenwerkingsverband PO De Langstraat Heusden Altena").

We werken planmatig op individueel, groeps- en schoolniveau. Directie, interne begeleider en leerkrachten zorgen er samen voor dat de verschillende activiteiten in een goede samenhang worden uitgevoerd. Een belangrijk onderdeel van het planmatig handelen is het systematisch registreren van de ontwikkeling van leerlingen. We willen onderwijsleerproblemen zo vroeg mogelijk signaleren. Op basis van die signalen gaan we op zoek naar passende begeleiding. In de praktijk evalueren leraren regelmatig het functioneren van leerlingen door het nakijken van gemaakt werk, het afnemen van toetsen die deel uitmaken van de methode en/of door persoonlijke gesprekken met leerlingen. We kijken ook naar het functioneren van leerlingen gedurende een langere periode. Het door ons gekozen methodeonafhankelijk leerlingvolgsysteem van CITO (CITO-LVS) is hiervoor een goed hulpmiddel. Het geeft de school inzicht in de vorderingen van de leerlingen op de gebieden van technisch - en begrijpend lezen, taal, spelling en rekenen. We beoordelen de resultaten in relatie tot de door onze school nagestreefde doelen van dat kind.

De verkregen informatie wordt verwerkt in groepsplannen, waarin we ook de verschillende “aanpakken” beschrijven. Zo zien we snel wat ieder kind op een bepaald vakgebied nodig heeft. Daarnaast hanteren we groepsoverzichten, waarin per leerling beschreven staat wat de sterke en zwakke kanten zijn en hoe we daar het beste mee om kunnen gaan. Deze groepsplannen en groepsoverzichten worden door de leerkrachten met de interne begeleiders geëvalueerd en bijgesteld. Deze evaluaties leveren informatie op voor trendanalyses van alle groepen. Dit alles wordt schoolbreed bekeken door de directie en de interne begeleiders. Zij formuleren beleidsvoorstellen op basis van het schooloverzicht.

De kinderen worden ook op sociaal-emotioneel gebied gevolgd. Daartoe hanteren we op school twee vragenlijsten: de SIGA (Signaleringslijst voor gedragproblemen) en de klimaatschaal.
Uit de SIGA blijkt o.a. in hoeverre kinderen in staat zijn om aardig te doen, zichzelf te presenteren, een taak uit te voeren en op te kunnen komen voor zichzelf. De leerkrachten evalueren de uitslag met de interne begeleider tijdens de groepsbespreking.
De klimaatschaal brengt de groepssfeer en het werkklimaat in beeld. Vanaf groep 5 vullen kinderen hierover ook een vragenlijst in. Zij geven dan aan in hoeverre zij tevreden zijn over de groepssfeer en het werkklimaat. De leerkrachten evalueren de uitslag met de directie.

De leerkracht zelf is verantwoordelijk voor het kind en zijn/haar ontwikkeling dat schooljaar. De leerkracht is ook verantwoordelijk voor het opstellen, uitvoeren en evalueren van de groeps- en individuele handelingsplannen, waarbij hij/zij ondersteuning kan krijgen van de interne begeleider of een ander lid van het zorgteam van de school. De uitvoering van die plannen vindt zoveel mogelijk in de groep plaats, met eventueel de ondersteuning van extra mensen.
De interne begeleider heeft vooral een ondersteunende en coachende taak. Iedere leerkracht heeft twee keer per jaar een groepsgesprek met de interne begeleider waarin de ontwikkeling van de kinderen wordt besproken, zowel op sociaal-emotioneel gebied als op de  verschillende leergebieden. De directie richt zich vooral op ontwikkelingen op schoolniveau in samenspraak met de interne begeleiders.

Extra begeleiding

Op de Olof Palme hebben we een lange traditie van extra begeleiding binnen en buiten de groep. Door de invoering van passend onderwijs is de nadruk steeds meer op expertise-uitbreiding van de leerkracht gericht, waarbij de extra begeleiding zoveel mogelijk binnen de groep plaatsvindt. Begeleiding buiten de groep is afgebouwd.
Er zijn op de Olof Palme enkele onderwijsondersteuners werkzaam die in verschillende groepen ingezet worden voor de (individuele) begeleiding van kinderen.

Plusgroepen rekenen en taal (Levelwerk)

Sommige kinderen hebben meer uitdaging nodig, zodat zij zich ook optimaal kunnen ontwikkelen. De huidige lesmethodes voorzien daarin. Als dat niet toereikend is, krijgen de kinderen levelwerk aangeboden. De leerkracht creëert voor deze kinderen leveltijd door middel van een ingedikt programma met routeboekje en/of vooruit toetsen. Levelwerk taal, rekenen en allerlei biedt opdrachten die iets extra’s vragen van kinderen. Het gaat niet alleen om een hoger denkniveau, maar ook op het gebied van planning en zelfverantwoordelijk leren wordt meer gevraagd. Eens per week werken de levelkinderen in de reken- en/of taalplusgroep en worden daar begeleid door deskundige ouders, onder de verantwoordelijkheid van de interne begeleider. De leerkracht blijft verantwoordelijk voor de ontwikkeling van zijn/haar levelkinderen en evalueert de ontwikkeling regelmatig met hen samen. De leerkracht houdt de betrokken ouders op de hoogte van de vorderingen bij het levelwerk.

Spreekuur orthopedagoog Scala

Scala heeft een psycholoog en een orthopedagoog in dienst. De interne begeleiders organiseren 6 spreekuren gedurende het schooljaar. Daarin komen vragen van leerkrachten en/of ouders aan bod waar de school geen (volledig) antwoord op heeft. Alle betrokkenen ervaren de spreekuren als zeer zinvol en effectief. Over het algemeen worden ouders door de school uitgenodigd om bij het gesprek aanwezig te zijn. De ouders krijgen ook het gespreksverslag, zodat ze goed op de hoogte blijven van de zorg rond hun kind.

Schoolmaatschappelijk werk

De leerkrachten en de ouders hebben de mogelijkheid om schoolmaatschappelijke vragen te bespreken op school. De interne begeleiders hebben regelmatig contact met de schoolmaatschappelijk werker (SMW), Lisette Dekker. School heeft de mogelijkheid om Lisette uit te nodigen voor een gesprek met leerkrachten en/of ouders. Door middel van goede communicatie willen we samen zorgen dat het kind zo goed mogelijk in zijn/haar vel zit en dat de ontwikkelingskansen van het kind worden vergroot.
Als ouder kunt u bij de leerkracht aangeven dat u contact wilt met Lisette Dekker. U heeft ook de mogelijkheid om rechtstreeks met haar contact op te nemen via e-mail (lisettedekker@juvans.nl) of telefonisch via 06-43359015.
Algemene info over maatschappelijk werk vindt u via www.juvans.nl 

Samenwerken met "Bijeen Heusden"

Na de transitie van de Jeugdzorg heeft de gemeente Heusden “Bijeen Heusden” in het leven geroepen. “Bijeen Heusden” is het netwerk van partijen dat in de gemeente Heusden zorgt voor de uitvoering van alle taken op het terrein van zorg, jeugd en werk. De leden van het team zijn afkomstig van verschillende organisaties en hebben ieder hun specialisme. Zo treft u er een opbouwwerker, een zorgconsulent, een maatschappelijk werker, een jeugdhulpverlener, een Wmo-consulent, een cliëntondersteuner en iemand die deskundig is op het gebied van werk en inkomen. Samen zorgen zij ervoor dat iedereen de zorg en ondersteuning krijgt die nodig is.
U kunt gewoon aankloppen op plaatsen waar u dat altijd al deed, bijvoorbeeld bij school. Als de situatie daar om vraagt wordt “Bijeen Heusden” ingeschakeld. Een medewerker van “Bijeen Heusden” gaat dan met u in gesprek tijdens het zogenoemde keukentafelgesprek. Samen met de medewerker komt u tot een passende aanpak. Is er sprake van meerdere problemen, dan worden die gezamenlijk aangepakt. Zo ontstaat een plan dat past bij uw specifieke situatie. Bovendien heeft u slechts één aanspreekpunt: “Bijeen Heusden”. Als het nodig is, faciliteert “Bijeen Heusden” professionele ondersteuning of (dyslexie)onderzoek. Meer informatie hierover via: https://www.bijeenheusden.nl

Externe contacten

De leerkrachten en de mensen van het zorgteam hebben ook overleg met externe deskundigen als logopedisten, fysiotherapeuten, dyslexiebegeleiders, ambulant begeleiders en anderen. We hechten als school veel waarde aan een goede samenwerking met alle betrokkenen rond het kind, zodat de zorg zo goed mogelijk is afgestemd op de (onderwijs)behoeften van het kind. Als uw kind onderzocht is, ontvangt de school graag rapportages van de externe onderzoeken die relevant zijn voor het welbevinden en de leerontwikkeling van het kind. Op die manier krijgt de school de kans om mee te denken over het gewenste plan van aanpak. 

Dyslexieprotocol

Wat is Dyslexie?

Officieel wordt dyslexie in Nederland als volgt aangeduid:
“Dyslexie is een stoornis die gekenmerkt wordt door een hardnekkig probleem met het aanleren en het accuraat en/of vlot toepassen van het lezen en/of spellen op woordniveau”.
Hardnekkigheid is een belangrijk kenmerk van dyslexie, niet alleen bij het leren lezen en spellen, maar ook bij het snel en vlot kunnen lezen.

Vergoede dyslexiezorg

Sinds 1 januari 2015 faciliteren de gemeentes de vergoede dyslexiezorg. Binnen de gemeente Heusden gebeurt dat door de instantie “Bijeen Heusden” (https://www.bijeenheusden.nl). De gemeente heeft een contract met een aantal instanties, die een gespecialiseerd dyslexietraject (gericht onderzoek en eventuele behandeling) aanbieden. Alleen wanneer er sprake is van een ernstige, enkelvoudig dyslexie (EED), kan een volledig dyslexietraject in gang gezet worden. (andere leerstoornissen, die mogelijk de leesproblemen veroorzaken, dienen derhalve uitgesloten te zijn).

De aanvraag voor een vergoed dyslexietraject moet aan vastgelegde voorwaarden voldoen. Een belangrijk gegeven daarin is dat een kind bij technisch lezen op 3 achtereenvolgende toetsmomenten behoort tot de zwakst scorende leerlingen (E-niveau) en dat de school kan aantonen dat er extra inzet gepleegd is. In de praktijk betekent dit dat, op zijn vroegst, midden of eind groep 4 het dyslexietraject in gang gezet kan worden. School werkt daarbij samen met ouders.

De school zorgt voor een goed onderbouwd dyslexiedossier, bespreekt dit met de ouders en dient dit in bij de behandelaar. Deze screent het op volledigheid en geeft vervolgens aan Bijeen aan dat het traject in gang gezet kan worden. Daartoe wordt, samen met de ouders, een persoonlijk plan ingevuld.

Meer informatie kunt u vinden op de site: www.steunpuntdyslexie.nl

Basisschool Olof Palme werkt op het gebied van dyslexie samen met gekwalificeerde bureaus.
Wilt u meer weten over het dyslexietraject, dan kunt u contact opnemen met een van de interne begeleiders, Paul van Beurden (paul.van.beurden@scalascholen.nl) of Theo Spiekermann (theo.spiekermann@scalascholen.nl).

Leesonderwijs op school

Hieronder beschrijven we kort hoe we op de Olof Palme het leesonderwijs vorm geven en dat u, als ouder, daar een belangrijke factor in bent.

Groep 1-2:

In groep 1-2 werken we aan de tussendoelen Beginnende Geletterdheid:

  • Boekoriëntatie
  • Verhaalbegrip
  • Functies van geschreven taal
  • Relatie tussen gesproken en geschreven taal
  • Taalbewustzijn
  • Alfabetisch principe
  • Functioneel schrijven en lezen.


Kinderen die in groep 2 gestimuleerd moeten worden in het kader van onvoldoende klankbewustzijn en letterkennis krijgen de voorschotbenadering. Dat betekent dat zij via extra oefeningen een voorschot krijgen op de leesinstructie van groep 3. Oefeningen via de computer zijn daarbij een goed hulpmiddel.

Om kinderen met leesproblemen en mogelijke dyslexie vroegtijdig te signaleren, nemen we in groep 2 de CITO-toets “beginnende geletterdheid” af. Tijdens de groepsbespreking (interne begeleider en leerkracht) worden de resultaten ervan besproken en eventuele dyslectische kenmerken genoteerd (bv. dyslexie in familie).

Kleuters die al aardig kunnen lezen, kunnen extra getoetst worden, waarbij een beeld ontstaat van hun leesvaardigheden. Bij de start in groep 3 wordt hier dan meteen al rekening mee gehouden.

Bij de overdracht geven de leerkrachten van de groepen 1-2 de gegevens door aan de leerkracht van groep 3, zodat de doorgaande lijn in de aanpak gewaarborgd is.

Groep 3:

We hanteren de methode Veilig Leren Lezen als aanvankelijk technisch leesmethode en we volgen de toetsen van deze methode met de herfst-, winter- en lentesignalering.
2x per jaar toetsen we het leesniveau van de kinderen met de Drie-Minuten-Toets (DMT). In januari/februari: DMT-kaart 1 en 2, in mei/juni: kaart 1, 2 en 3. Daarnaast nemen we CITO leestechniek af (januari/februari en mei/juni).
Verder volgen we de hoofdlijnen uit het “Protocol Leesproblemen en Dyslexie groep 3”. Dit is te vinden op www.expertisecentrumnederlands.nl

Groep 4-8:

Bij het voortgezet technisch lezen werken we vanaf groep 4 met de methode: Estafette.
Kinderen met leesproblemen krijgen extra instructie en leesbegeleiding van de eigen leerkracht in aanpak I. De kinderen van aanpak II en III werken zelfstandig of in groepjes.

We toetsen het leesniveau van de kinderen 2x per jaar  met de DMT (kaart 1, 2 en 3). De kinderen in aanpak I toetsen we 3x per jaar om de vinger aan de pols te houden.
Verder volgen we de hoofdlijnen uit het “Protocol Leesproblemen en Dyslexie groep 4-8”. Dit is te vinden op www.expertisecentrumnederlands.nl

Rol van de ouders:

Bij het leesproces van ieder kind is de rol van de ouders bijzonder belangrijk. Door hun (lees)gedrag laten zij aan hun kinderen zien dat lezen belangrijk is maar ook dat het leuk en ontspannend is. De school geeft ouders regelmatig richtlijnen om thuis extra aandacht te besteden aan het lezen.
Enkele voorbeelden daarvan:

  • Veel voorlezen (boekbeleving, woordenschatuitbreiding)
  • Veel speelse hak- en plakoefeningen
  • Taal- en letterspelletjes (memory, letterherkenning)
  • Samen kijken naar programma’s als het jeugdjournaal en klokhuis (vergroting woordenschat)

Om nog beter leesonderwijs mogelijk te maken, vragen wij ouders om onder schooltijd ondersteuning te geven bijv. bij het begeleiden van "woordflitsen" via de computer.

Samenwerkingsverband PO De Langstraat Heusden Altena

Vooraf

Vanaf 1 augustus 2014 hebben alle scholen in Nederland de wettelijke taak om passend onderwijs vorm te geven. Het is de bedoeling dat alle leerlingen daarvan gaan profiteren. Vooral voor leerlingen die net even wat extra’s nodig hebben is een passende onderwijsplek van het grootste belang.

De kracht van passend onderwijs is dat scholen met elkaar samenwerken en de krachten bundelen. Daarom maakt iedere school deel uit van een samenwerkingsverband passend onderwijs. Voor onze school is dat het Samenwerkingsverband PO De Langstraat Heusden Altena.

Dit samenwerkingsverband is een stichting opgericht door de besturen van de scholen voor primair onderwijs in de gemeenten Aalburg, Heusden, Loon op Zand en Waalwijk en de besturen voor speciaal onderwijs in Oisterwijk Tilburg en ‘s-Hertogenbosch. In totaal werken zo’n 60 scholen voor basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs intensief samen met elkaar. Voor meer informatie verwijzen wij u naar de website: www.samenwerkingsverbandlha.nl 

Logo samenwerkingsverband

Het samenwerkingsverband wil dat alle leerlingen een passende plaats in het onderwijs krijgen. Dat wil zeggen: zo dicht mogelijk bij huis, aansluitend op de mogelijkheden van het kind en in overeenstemming met de wensen van de ouders.

Zorgplicht

Vanaf 1 augustus 2014 zijn de besturen verantwoordelijk voor de uitvoering van de zorgplicht. Dat is in de wet geregeld. Het betekent dat scholen alles moeten doen om aan ieder kind goed onderwijs te geven. Het kan echter zijn dat de ondersteuningsbehoefte van een kind voor een school te groot is. De school heeft alles al gedaan wat mogelijk was, maar het lukt niet om het kind echt te ondersteunen. Op dat moment moet de school op zoek naar een school die wel in staat is om de gevraagde ondersteuning te bieden. Uiteraard worden ouders daarvan uitgebreid op de hoogte gehouden. Het is de bedoeling dat door de zorgplicht alle leerlingen op een passende plaats onderwijs krijgen: geen kind tussen wal en schip!

De ouders

Het belang van een goede samenwerking tussen school en ouders wordt onderstreept. Vooral voor leerlingen met een ondersteuningsvraag is een goede samenwerking van het grootste belang. Alle scholen willen op een open en eerlijke manier communiceren met de ouders.

De scholen zien de ouders als educatief partner. Daarbij gaan wij uit van een wederzijdse betrokkenheid van ouders en school om de schoolloopbaan van het kind te ondersteunen. In een gelijkwaardige relatie worden beslissingen ten aanzien van het kind gezamenlijk genomen, uiteraard met inachtneming van de verschillende eindverantwoordelijkheden van ouders en school.

Kortom: ouders en school hebben elkaar hard nodig om aan passend onderwijs vorm te geven.

Basisondersteuning

De scholen in het samenwerkingsverband hebben afspraken gemaakt over wat in ieder geval iedere school in het kader van passend onderwijs uitvoert. Dit noemen we de basisondersteuning. We noemen dan thema’s als: leerlingvolgsysteem, het zo vroeg mogelijk signaleren van problemen, omgaan met verschillen tussen leerlingen, het geven van gedifferentieerde instructie, het voorkomen van pesten, samenwerking met instellingen voor jeugdhulp, het werken met een ondersteuningsteam e.d.

Iedere school heeft een eigen schoolondersteuningsprofiel opgesteld. Daarin staat precies beschreven wat de school doet. De medezeggenschapsraad heeft daar een advies over mogen geven.

Extra ondersteuning (zorgarrangement)

Het kan zijn dat het met uw zoon of dochter niet gaat zoals je dat wenst. Als de school in het kader van de basisondersteuning alles heeft gedaan wat mogelijk is dan moet de school een beroep kunnen doen op extra ondersteuning en middelen. Die middelen zijn beschikbaar bij het samenwerkingsverband PO De Langstraat Heusden Altena. Door een aanmelding bij de Toelaatbaarheids- en adviescommissie (TAC) kan de school een aanvraag indienen voor extra ondersteuning. Het is bedoeling dat de TAC maatwerk levert en precies inschat wat de school en het kind nodig hebben. De TAC stelt de school middelen en/of menskracht ter beschikking om meer passend onderwijs voor deze leerling mogelijk te maken. Wij noemen dat een arrangement.

Het kan ook zijn dat de ondersteuningsbehoeften van uw zoon of dochter te groot zijn voor het regulier onderwijs. Samen met de ouders, de huidige school en de leden van de TAC wordt dan gekeken naar een plaats in het speciaal basisonderwijs of het speciaal onderwijs. Daarvoor is een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) nodig.

Ontwikkelingsperspectief

Als de school extra middelen en/of menskracht ontvangt van het samenwerkingsverband dan moeten die op een goede manier worden ingezet. Daar is een plan voor nodig. Dat plan heet een ontwikkelingsperspectief.

De school schrijft in dat plan hoe zij de extra ondersteuning gaat inzetten bijvoorbeeld door nieuwe leermiddelen in te zetten, meer individuele begeleiding te geven of door steunlessen. De school is verplicht met de ouders overleg te voeren over dat plan en u moet het er natuurlijk mee eens zijn.

Bij conflict of geschil

Uiteraard is het denkbaar dat u, als ouder, het niet eens bent met een maatregel over uw kind. Uiteraard is dan de eerste stap dat u in contact treedt met de school en uw standpunt kenbaar maakt. We hopen allemaal dat het dan lukt om het probleem op te lossen.

Indien dat niet lukt, is het denkbaar dat een bemiddelaar wordt ingeschakeld. Dat kan bijvoorbeeld een van de onderwijsconsulenten zijn. De overheid heeft hiervoor extra middelen ter beschikking gesteld. Via de site: www.onderwijsconsulenten.nl kunt u in contact komen met deze organisatie.

De school zelf is voor de behandeling van klachten aangesloten bij een onafhankelijke klachtencommissie. Deze commissie onderzoekt de klacht en beoordeelt of deze gegrond is. De klachtencommissie brengt advies uit aan het schoolbestuur en kan aan haar advies aanbevelingen verbinden.

Het kan ook zijn dat u het niet eens bent met een beslissing van de TAC van het samenwerkingsverband. Daarvoor is een adviescommissie van deskundigen samengesteld. Deze commissie adviseert over bezwaarschriften betreffende beslissingen van het samenwerkingsverband over de toelaatbaarheid van leerlingen tot het speciaal onderwijs. Indien u hiervan gebruik wenst te maken verzoeken wij u contact op te nemen met het SWV PO De Langstraat Heusden Altena. (Klik hier voor de contactgegevens).

Meer informatie over de landelijke klachtenregelingen in het kader van passend onderwijs vindt u hier.